Op bezoek bij Stanis(las) Deriemaeker

 

1. Aankomst te Berchem-Antwerpen

Woensdag 17 juni 2009, op één van de mooiste dagen van juni trokken Roger Lodens en ikzelf naar Antwerpen bij de oud-Nukerkenaar Stanis Deriemaeker. (Zijn echte doopnaam is Stanislaus, Vitalis, Hippolitus, Amatus en bij de Nukerkenaren die hem nu meer dan vijftig jaar geleden naar Antwerpen zagen vertrekken is hij bekend als Stanis).
Na het geslaagde orgelconcert van Stanis, bij de officiële openstelling van de gerestaureerde cultuurtempel en de inauguratie van het vernieuwde Van Peteghem-orgel in Maarke, konden we in het café “De Lustigen Boer” nog gezellig napraten. En toen maakten we een afspraak om hem eens te bezoeken.

Die woensdag 17 juni wachtte Stanis ons rond 11 uur op in het station van Berchem-Antwerpen en samen wandelden we via de Cogels-Osylei naar de Generaal Van Merlenstraat, de eerste straat links aan het rondpunt midden de Cogels-Osylei. Stanis vertelde ons de geschiedenis van deze stadswijk met de statige herenhuizen (villaʼs genoemd door de toenmalige architecten) die volledig de belle époquesfeer uitademen. "De Cogels-Osylei ligt in het oostelijk stadsgedeelte ʻZurenborgʼ. De wijk kreeg tussen 1880-1914 snel stadsallures door de bouw van die burgershuizen in art nouveaustijl naast allerlei neo-stijlen. In 1986 konden wij in deze omgeving een huis kopen en in deze buurt hebben zich geleidelijk aan vele musici, kunstschilders, schrijvers, toneelspelers e.a. gevestigd". Hiernaast een foto van één van de paleizen aan het rond punt midden de Cogels-Osylei.

 

Thuis werden we verwelkomd door Tonia, zijn echtgenote, waarmee hij op 4 augustus1960 te Sint-Amandsberg huwde, straks 50 jaar geleden. Dat hier een muzikant, een organist woont was onmiddellijk te zien. Stanis verwelkomde ons op zijn manier en gaf ons een privé recital op het huisorgeltje in de inkomhal
waarvan de blaasbalgen zowel elektrisch als manueel bediend kunnen worden. Hier op de foto zien we Stanis aan het orgel en Tonia bedient de blaasbalgen. Aan de muur hangt een werk dat Tonia maakte met houten drukletters die herinneren aan de jeugdjaren van Stanis; hij was inderdaad door zijn vader voorbestemd om drukker te worden. In de living staan een piano-forte van Hoeberechts (ca. 1825), een vleugelpiano Carl Mand (ca. 1870) en een Mustel-harmonium; opnieuw mochten we mee genieten van de heerlijke muziek. Vol enthousiasme en met veel overtuiging vertelt hij over zijn instrumenten, over de klank die hij eruit tevoorschijn tovert, over de muziek in het algemeen. We vernemen hier nog dat er op de eerste verdieping een Italiaans clavecimbel staat dat gebouwd werd door Walter Maene en op de derde een rechte piano met Derdeyn-voetklavier voor de orgelstudie. Ook al is hij sinds 2002 met pensioen, toch gaat er geen dag voorbij zonder zijn passie, zijn orgel- en pianomuziek.

2. De fanfare van Nukerke

Tijd nu voor een kopje koffie en een eerste uitgebreid gesprek in de tuin met in de hoek een grote lindeboom. Een oude foto waarop de Nukerkse St.-Ceciliafanfare (“het muziek van Nukerke” zoals men destijds zei) wordt bekeken. Stanis zien we op de foto en ook Roger Lodens en alle andere muzikanten. Voor Stanis is het een blij weerzien, een nostalgisch terugkijken naar zijn jeugd.

De Koninklijk Fanfare St.-Cecilia van Nukerke in 1954 ?
Gehurkt van links naar rechts : Roland DʼHondt, Michel Kestelijn, Emiel Vandermeersch, Norbert Deriemaeker (neef van Stanis), Roger Lodens, André Deriemaeker, Norbert Ysebaert, André Van Coppenolle, Vincent Ysebaert en Achiel De Smedt.
Staande van links naar rechts : Gerard Van Uxem, Roger Van Uxem, Frans Vandergheynst, Roger Ceuterick, Richard Geenens, Gaston Van Ceunebroecke, Paul Deriemaeker (broer van Stanis), Alfons De Sloovere, Marc De Merlier, Theophiel Vandergheynst, Alfred Surquin, Stanis Deriemaeker, Gaston Moreels, Andre Vanderlinden en Jozef Deriemaeker (vader van Stanis).

Een nog oudere foto van ʻhet muziek van Nukerkeʼ haalt Roger te voorschijn met daarop vader Jozef Deriemaeker, nonkels Medard, Octaaf en Michel en grootvader Hippoliet met zijn broer Bernard. Samen halen ze herinneringen op en vertellen allerlei anekdoten van de muzikanten.

 

Een foto waarop de Nukerkse muzikanten poseren rond 1925
1. Bernard, 2. Michel, 3. Octaaf, 4. Jozef, 5. Medard en 6. Hippoliet.
Bovenaan met de vlag : Bernard Deriemaeker.
Bovenste rij van links naar rechts : Hilloné De Merlier, Jules Merchiers, Maurice Vanden Daele, Georges De Rijcke, André Derijcke, Frans Verhellen, Jules Vanlancker, Michel Deriemaeker, Michel Claus, Achiel Desmet, René Deweer, en Emiel Vanden Abeele.
Tweede rij : Octaaf Deriemaeker, Frans Vandergheynst, Alfred Surquin, Amedée Verdonckt, David Verdonckt, Gilbert Vanden Abeele, Georges Bourlez, Médard Deriemaeker, Georges Vanden Daele, Désirée Van Meerhaeghe en Hippoliet Deriemaeker.
Derde rij : Arthur Verdonckt, Félicien Verroken, Jozef TʼJoen en E.H. Spitaels (onderpastoor tot 1928), Richard Deschaumes, Edmond Rousseau en Leon De Merlier.
Onderste rij (zittend) : Alidoor Den Haerijnck, Frans Vanden Daele, Georges Vanden Abeele, Frans Moreels en René Vanden Abeele.

Op de vlag (zie bovenstaande foto) staan de jaartallen 1887-1912 alsook de naam St-Ceciliaʼs Katholieke Vereeniging Fanfaren Nukerke 1887-1912”. Onder de Vlaamse Leeuw zien we de leuze : “Vlaanderen den Leeuw”. Reeds in 1887 bezat de fanfare een vlag. Dit kunnen we opmaken uit een aankondiging van de jaarlijkse kermis op zondag 2 oktober 1887 op de ʻStatie”wijk te Etikhove in “De Scheldegalm”: “Ten 3 1⁄2 ure ʼs namiddags juist zal de Harmoniemaatschappij van Leupegem, door de fanfaren-maatschappijen van Melden en Nukerke, deze laatste vergezeld van haar nieuw vaandel, plechtig aan de statie te Etichove worden ontvangen ...”. Uit verder onderzoek in het weekblad “De Scheldegalm” blijkt echter dat 1881 het stichtingsjaar moet geweest zijn (zie foto). Wie de stichters waren konden we niet achterhalen.

Vader Jozef Deriemaeker volgde onderpastoor E.H. Spitaels op als dirigent van de Koninklijke Fanfare St.- Cecilia rond 1935. De fanfare, die nu niet meer bestaat, was dus vermoedelijk gesticht in 1881. Op de vlag uit 1912 en ook op die van 1971 staat echter het jaartal 1887.
Kort vóór de Tweede Wereldoorlog werd de fanfare omwille van verkiezingsperikelen opgedoekt maar onmiddellijk na de oorlog werd “het muziek” opnieuw opgericht. De honderdste verjaardag hebben ze niet kunnen vieren want in 1981 stopte men definitief en een aantal leden versterkte de Koninklijke Fanfare ʻDe Bijenkorf” uit Etikhove.(1) Stanis vertelt : “Ik speelde bugel en na een tijdje heb ik mijn vader opgevolgd. Ik dirigeerde dan zelf en ik moet zeggen dat ik daar heel wat bij geleerd heb, zeer veel plezier heb aan beleefd en veel vriendschap mocht ondervinden van de muzikanten. Jaarlijks werd onze fanfare uitgenodigd naar de Fiertel te Ronse waar we o.m. op de kiosk werken uitvoerden waar we een hele winter tijdens de dinsdagavondrepetities aan gewerkt hadden. Wanneer ik aan het Gentse Conservatorium begon te studeren moest ik noodgedwongen de Nukerkse fanfare vaarwel zeggen”.

3. Stanis in Nukerke

Stanis werd te Nukerke geboren op 26 januari 1932. Twee dagen nadien diende Pastoor Achiel Reyns van Nukerke het doopsel toe. De doopakte vermeldt : "Anno Dmi 1932 die 28° Januaris ab infrascripto parocho baptizatus est Stanislaus, Vitalis, Hippolitus, Amatus Deriemaeker, filius Josephi, Theophili, Adolphi ex Nukerke et mater Mariae Ameliae Van Maelsaeke ex hanc juncturam in hanc die 3 Aprilis 1929 natus die 26° hujus hora 1 1⁄2 postmeridiae. Suscep. Vitalis Van Maelsaecke et Virginia Radis. Quod attestor A. Reyns."
In de marge naast de doopakte staat dat hij zijn Plechtige Communie deed op 13 juli 1944 en dat hij op 4 augustus 1960 te St.-Amandsberg huwde met Maria Antonia Latte.

In het huis vlakbij de kerk werd hij ʻgrootʼ gebracht. Reeds heel vroeg bespeelde Stanis het orgel. Zijn vader was koster-organist en hij mocht dus van jongs af mee op het dokzaal. “Van mijn achtste jaar ben ik begonnen met missen te spelen en te zingen. Op een bepaald moment liet mijn fiere vader aan de mensen zien dat ik het zonder hem kon en, terwijl ik het Agnus Dei speelde en zong ging hij beneden in de kerk te communie en bleef ik, met een klein hartje, alleen op het doksaal. Met mijn voeten kon ik natuurlijk nog niet aan de pedalen, alles gebeurde toen nog manualiter. Vanaf die tijd heb ik er altijd van gedroomd om orgelist te mogen worden.”

Het orgel in de O.-L.-Vrouw-Hemelvaartkerk te Nukerke.

Zijn eerste pianolessen kreeg hij, samen met zijn zuster Lieve, van juffrouw Marthe Van Der Haegen uit Nukerke. Later volgde hij pianoles te Oudenaarde bij Victor De Bo en onder leiding van zijn mentor E.H. Jules De Bruyne begeleidde hij er het collegekoor. Antoon Verwee, een Oudenaards laureaat van het Lemmensinstituut, bracht hem verder in het orgelspel en de harmonieleer. In die periode verzorgde hij talrijke kerkdiensten te Melden en te Eine.

4. Studie aan het Koninklijk Muziekconservatorium te Gent

Hoe ben je in het Gentse Conservatorium terecht gekomen?
Mijn vader had schrik om mij te laten verder gaan in de muzikale richting doch ging akkoord dat ik het koster-organist-examen aflegde voor het Bisdom Gent. Gabriël Verschraegen(2) mijn latere orgelleraar was bij de jury en daar in het seminarie van Gent heeft hij mij voor het eerst gehoord. Ik speelde er een klein Preludium en Fuga van J.S. Bach. Na mijn orgelspel kwam hij naar mij en zegde : ʻzoudt ge niet naar het Conservatorium komen orgel studeren?' Ik wist niet wat ik hoorde; het was de eerste keer dat een belangrijk iemand mij zo aansprak".

Dit was het eerste contact dat hij persoonlijk had met zijn mentor. Dank zij professor Verschraegen, die vader Deriemaeker kon overtuigen, mocht Stanis naar het Conservatorium op voorwaarde dat Stanis gelijktijdig de drukkerschool te Gent zou volgen. Drukker worden was het hoofddoel, de muziek mocht er wel bij. Prof. Verschraegen had de lesuren aan het Conservatorium sterk geminimaliseerd maar in werkelijkheid was dat een full-time studie (Notenleer, Geschreven en Praktische Harmonie, Muziekgeschiedenis en Orgel). ”Ik heb die combinatie drie maanden volgehouden en met Kerstmis had mijn vader, die een verstandig man was, ingezien dat ik maar gelukkig kon zijn in de muziekwereld. Ik mocht de drukkersstiel vaarwel zeggen, temeer dat vader nu een opvolger zag in zijn jongste zoon Piet.”

In Gent kreeg Stanis veelvuldig de gelegenheid om Gabriël Verschraegen te horen in de St.-Baafskathedraal: “In het begin toen ik ingeschreven was in het Conservatorium liep ik dikwijls de St.-Baafskathedraal binnen. Ik hoorde er op een middag orgelspel en het was Gabriël Verschraegen aan het orgel. Ik ben er wel twee uur blijven luisteren naar de prachtige muziek van César Franck. Het eerste jaar kreeg ik orgelles van Godelieve Suys uit Ronse, de assistente van G. Verschraegen.”
In het Conservatorium waren zijn leraars Mr. Verheest, (geschreven harmonie), Mr. Van Damme (notenleer), de latere directeur Torck (notenleer), Mr. Lonque (geschreven harmonie), Mevr. Minne (praktische harmonie), Mr. Van Eechaute (contrapunt en fuga); Mr. Boereboom (muziekgeschiedenis) en natuurlijk Gabriël Verschraegen (orgel).

Hij behaalde er volgende diplomaʼs:
1952 : 1e prijs Notenleer
1953 : 1e prijs Geschreven Harmonieleer en prijs “Martin Lunssens”
1953: 1e prijs Orgel
1954 : 1e prijs Muziekgeschiedenis met thesis over “De Strijkkwartetten van Beethoven”
1955 : 1e prijs Praktische Harmonie en 2e prijs Contrapunt
1956 : 1e prijs Fuga
1956 : Hoger Diploma Orgel met Medaille van de Belgische Regering.

In 1957 nam hij in de St.-Baafskathedraal deel aan de internationale improvisatiewedstrijd ingericht door het Gents Orgelcentrum en veroverde als jongste deelnemer de 2de prijs. De winnaar was Uwe Rohl (°Husum-Duitsland 1925) (3), de andere deelnemers waren Koos Bons (°Rotterdam 1921) en Edwin Peter (°Bern-Zwitserland 1928). Een uur vóór de kompetitie werd aan de deelnemers een thema meegedeeld waarop zij een Fantazie en een Fuga moesten improviseren. De jury was samengesteld uit: Gabriël Verschraegen (B), Jean-Jacques Grünewald (Fr), Charles Hens (B), Friedrich Högner (D), Corneel Mertens (B) en Marcel Lageirse (B).

Jan Verroken schreef in “De Ronsenaar” van zondag 15 september : “Wij zijn er even vast van overtuigd, dat wij de gevoelens vertolken van ontelbaren in dit gewest, wanneer wij de gevierde, zijn ouders, zijn leraar, langs deze weg een zeer hartelijk proficiat wensen, en wanneer wij ons de tolk maken van grote verwachtingen voor de toekomst van de gevierde.”

In 1958 nam hij deel aan de Internationale Bachwedstrijd voor Orgel eveneens te Gent. Samen met 29 deelnemers uit verschillende landen, o.a. Frankrijk, Nederland, Duitsland, Engeland, VS, Hongarije en Tsjechoslowakije. Na de eerste proeven bleven er nog zeven kandidaten over voor de halve finale, voor de finale nog vijf kandidaten. Uiteindelijk werd hij tweede na de Fransman René Saorgin. De volgende finalisten waren: Hora uit Tschechoslowakije, Klinda uit Hongarije en Berutti uit Italië.
Het weekblad “De Ronsenaar” van 5 oktober 1958 schreef : “Stanis jongen, doe zo voort, tot meerdere eer van Nukerke, een kleine landelijke gemeente uit de Vlaamse Ardennen welke aan de muzikale hemel schittert als een prachtige ster tussen Praag, Parijs, Londen en meerdere andere steden.”
Op zondag 28 september werd hij om 10 uur na de hoogmis gehuldigd op het gemeentehuis van Nukerke als 2de laureaat van de Internationale Bachwedstrijd. Burgemeester Hubeau wenst hem “een vruchtbare loopbaan toe en nog vele lauweren tot eer van de gemeente”.

In 1960 werd hij Laureaat van de Internationale Improvisatiewedstrijd voor Orgel te Haarlem. In 1961 behaalde hij als eerste de Virtuositeitsprijs voor orgel van de Belgische Regering in het Koninklijk Muziekconservatorium te Brussel.

5. Compositie

"Samen met mijn beste vriend, Lucien Goethals(4) (foto rechts), wilde ik in een “moderne” stijl componeren. Wij waren in 1956 afgestudeerd aan het Gentse Conservatorium en in ons jeugdig enthousiasme vonden we de conservatoriumstijl oubollig. Wij hadden reeds vlijtig geëxperimenteerd met kleine composities. Het atonale 12-tonensysteem (dodecafonisme) scheen ons een middel om los te komen van de conservatieve laat-romantische muziektaal. We hadden daarover een boekje gevonden van een zekere Heimert en zo kwamen we op het idee om Norbert Rosseau(5) (foto links)eens op te zoeken. Deze persoon was inderdaad zeer vernieuwend bezig en we dachten dat hij een aanhanger was van het 12-tonensysteem. Hij verbleef vaak in Kerselare waar zijn ouders de bekende zaak 'Jan van Gent' uitbaatten met de welbekende lekkies. Lucien Goethals woonde in Munkzwalm en was bij ons in Nukerke komen logeren; samen trokken we te voet de berg Ladeuze omhoog naar Kerselare. We werden ontvangen in een kamer waar de lekkies werden gemaakt. We namen plaats achter een soort arduinen tafel waar de bloem of de suiker nog niet waren weggeveegd. Norbert Rosseau, een sympathieke en joviale man, zat aan de overkant in pyjama en kamerjas...ʼWat is jullie probleemʼ vroeg hij. ʻMeester, wij zouden graag dodecafonisch componerenʼ. Wij wilden een goede indruk maken, hem laten voelen dat hij die toch zovele jaren ouder en ook vooruitstrevend was, voor ons als voorbeeld dient; dat we het conservatorium als te conservatief ervaarden. Hij glimlachte en zei : ʻJa, jonge heren, het dodecafonisme is een systeem gelijk er veel systemen zijn, en als ik eens geen inspiratie heb dan grijp ik ook wel eens naar een systeem.ʼ Zijn antwoord zette ons met de twee voeten terug op de grond

Stanis heeft met het 12-tonensysteem ook geëxperimenteerd en ʻOpus 8 voor orgelʼ is daar een voorbeeld van. “In mijn opus 8 ben ik met een 12-tonenreeks begonnen en heb deze nogal vrij uitgewerkt zodanig dat er regelmatig een soort tonaliteit (met elkaar vertrouwde klanken) te horen is.”
Heb je later dan nog contact gehad met Rosseau of was die ontmoeting eenmalig?
We hadden regelmatig afspraken en om de maand kwamen we samen. Een kleine anekdote wil ik vertellen. Tijdens de lessen zat de meester tussen ons in, ik links en Lucien rechts. Op een bepaald moment zei hij : ʻMoest ik nu Schönberg(6) zijn, (dat was de grondlegger van de dodecafonie en Alban Berg(7) en Anton Webern(8) waren zijn leerlingen) dan was Stanis Alban Berg de lyricus en Lucien de cerebrale Webern; gij zoudt kunnen evolueren naar de elektronische muziek.' Lucien heeft dit dan ook gedaan. Rosseau was iemand die ons kon leiden en toch rekening hield met ieders eigenheid. Hij heeft ons veel bijgebracht en ons respect en onze dankbaarheid voor hem was en blijft dan ook zeer groot. Spijtig genoeg ben ik dan geleidelijk aan gestopt met komponeren; na enige tijd in Antwerpen lagen de uitdagingen op een ander terrein.”

6. Naar Antwerpen

"Vooraleer ik in Antwerpen startte was ik reeds assistent van de orgelklas van Gabriël Verschraegen te Gent en gaf ik ʻmuziekgeschiedenisʼ in de Academie van Dendermonde.
Op een dag kwam de pastoor van Nukerke, Van Poeke-De Cnijf, met het bericht dat hij in het parochieblad een aankondiging had gevonden dat het ambt koster-organist vacant was in de St.-Jozefskerk te Antwerpen. Hij kende de St-Jozefsparochie(9)  (foto rechts) als een van de belangrijkste van de stad. Ik was afgestudeerd en had dus interesse, alhoewel ik enkel het ambt “organist” ambieerde. De organist van St.-Jozef had pensioen genomen en de koster was een man op leeftijd. Het betrof een zeer drukke parochie en Pastoor Mabesoone zocht een koster-orgelist om het kosterswerk te verlichten. Dit werk echter bestaat niet enkel in gewijde vaten klaarzetten en gewaden schikken, doch ook o.m. dagelijks tapijten en zware kandelaars versjouwen; het was een full-time job die de pastoor sterk onderschatte. Na een grondig overleg met deze man besliste ik de job niet aan te nemen omdat ik vooral mijn muzikale carrière wou uitbouwen. Bij het verlaten van de pastorie vertelde huishoudster Marieke : “De pastoor wil absoluut een koster-organist en hoeveel organisten hier al over de vloer gekomen zijn is niet meer te tellen”. Zes maand later kreeg ik in Nukerke een brief van de pastoor met de vraag nog eens naar Antwerpen te komen .“Ik herinner mij nog heel levendig ons gesprek van enkele maanden geleden en heb mijn mening een beetje herzien; ik zou een orgelist willen die de koster een beetje helpt”. Op 1 april 1960 heb ik dan de opdracht aangenomen omdat de pastoor mij verzekerde dat ik geen belastend handwerk zou opgelegd worden. In de praktijk was dit echter niet het geval: de oude koster schoof al het zwaar werk naar mij toe. Na ongeveer een maand vroeg de pastoor mij of de opdracht mij beviel. Ik heb dan eerlijk geantwoord dat het zo niet verder kon: ʻde soepelheid van mijn handen gaat verloren en heb te weinig tijd om orgel te studerenʼ. Zijn reactie was positief: ʻGe hebt uw best gedaan, ge zijt vol goede wil, we verminderen uw wedde met 1.000 frank en vanaf nu zijt ge enkel organistʼ. Ik was natuurlijk dolgelukkig. Kort daarop werd ik ook benoemd als leraar muziekgeschiedenis aan de Academie Jozef Van Poppel te Deurne. In hetzelfde jaar 1960 ben ik dan gehuwd met Tonia (Marie-Antoinette Latte) uit Sint-Amandsberg bij Gent."

7. De Onze-Lieve-Vrouwkathedraal van Antwerpen

En hoe ben je dan uiteindelijk als organist in de kathedraal terecht gekomen en hoe verliep uw verdere carrière?
"In 1962 ging de 83-jarige kathedraalorganist, Alex Paepen, op rust. Het spreekt vanzelf dat deze betrekking mij aansprak, temeer dat ik na mijn eerste prijs en hoger diploma orgel, ook nog als enige in België de virtuoziteitsprijs orgel van de Belgische Regering kon voorleggen. Gabriël Verschraegen steunde mij hierbij en op 1 mei 1962 werd ik aangesteld als kathedraalorganist te Antwerpen. Reeds in 1963 stichtte ik, samen met Luc Leytens, de vzw “Antwerpse Kathedraalconcerten” die nog jaarlijks een zeer groot publiek naar de orgelconcerten brengen. Na mijn benoeming aan de kathedraal werd ik kort nadien uitgenodigd door de directeur Jozef Joris om orgelles te geven aan het Lemmensinstituut. Aansluitend ben ik door Prof. Dr. R.B. Lenaerts gecontacteerd om aan de Leuvense Universiteit (Afdeling Musicologie) geschreven en praktische harmonie en harmonische analyse te doceren. In 1968 heb ik dan Flor Peeters opgevolgd als leraar orgel aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium te Antwerpen".

Stanis is de 24ste organist van de O.-L.-Vrouwkathedraal van Antwerpen. Niet minder dan 40 jaar lang was hij organist-titularis van de kathedraal en als hij 70 jaar werd vond hij dat dit een mooi moment was om af te ronden en verkoos om op pensioen te gaan. Peter Van de Velde, zijn oud-leerling volgde hem op in 2002.
Het wil niet zeggen dat ik stop met musiceren, maar nu beschik ik vrij over mijn tijd en speel orgel, piano of harmonium wanneer ik zin heb. Ik heb mijn best gedaan en ben een gelukkig man. Naast mijn muzikale bezigheden volgde ik op latere leeftijd nog jaren Spaanse les. Ook ben ik vanaf mijn 70ste nog drie jaar tekenacademie gaan volgen, hetgeen mij nu enorm veel aangename uurtjes bezorgt”.

--------------------------------------------------------------------

1. Mondelinge gegevens van Roger Lodens. De opeenvolgende dirigenten van de fanfare waren : Octaaf Hoffmann, Octaaf TʼHoofd (Melden), E.H. Onderpastoor Spitaels, Jozef Deriemaeker, Stanis Deriemaeker, Hubert Deriemaeker, Norbert Deriemaeker en Etienne Bultot.

2. Gabriël Verschraegen, geboren te Eksaarde, studeerde aan het Lemmens-instituut te Mechelen en het Koninklijk Muziekconservatorium te Gent. In 1944 werd hij benoemd tot organist-titularis van de Sint-Baafskathedraal, maakte concertreizen naar Amerika en Rusland, was een deskundige op het gebied van (oude) orgelliteratuur en een geëerd jurylid bij internationale muziekwedstrijden.

3. Uwe Röhl (1925 Husum - 2005 Lübeck). In 1955 was hij organist in de kathedraal van Schleswiger. Hier stichtte hij de zomerconcertreeks van de Schleswig-Holstein orgelconcerten. Van 1967 tot 1990 werd hij organist en cantor in de kathedraal van Lübeck.

4. Lucien Goethals werd in Gent geboren op 26 juni 1931 en overleed op 12 december 2006. Een deel van zijn jeugd bracht hij in Argentinië door en na de oorlog keerde hij met zijn ouders naar België terug. Het conservatisme aan het Gentse conservatorium kon hij niet aanvaarden en hij richtte zich steeds meer en meer naar de elektronische muziek. Hij was de motor achter het Gentse instituut voor Psychoakoestiek en Elektronische muziek. In 1999 kreeg hij o.a. de ANV-Visser Neerlandiaprijs. Hij was het boegbeeld van de hedendaagse muziek in ons land.

5. Norbert Rosseau werd te Gent geboren op 11 december 1907 als zoon van twee circusartiesten. Na de Tweede Wereldoorlog leerde Rosseau elektronische muziek kennen en volgde hij meerdere cursussen in Darmstadt en aan het IPEM te Gent. Samen met Louis De Meester was hij de eerste componist in Vlaanderen die dodecafonische (pas na de Tweede Wereldoorlog!) en elektronische muziek componeerde. In tegenstelling tot de meeste componisten was hij nooit verbonden aan één of andere instelling zoals een conservatorium, een orkest of radio. Hij overleed in 1975. (Zie Businarias, jg 11, nr 32, p. 25-32)

6. Arnold Schönberg (1874-1951). Hij wordt als grondlegger van de dodecafonie (twaalftoonsmuziek) tot de invloedrijkste componisten van de twintigste eeuw gerekend. In Wenen vormt zich rond hem een avantgarde groep met o.a. Alban Berg, Anton Webern.

7. Alban Berg (1885-1935). Weens componist. Samen met Schönberg en Webern vormt Alban Berg het driemanschap van de z.g. “Tweede Weense School” (de eerste was het classicistische trio Haydn, Mozart en Beethoven).

8. Anton Webern, (1883-1945). Weens componist. Vanaf 1904 behoorde hij tot de kring van Schönberg. Van een vrije atonaliteit schakelde hij in 1925 over op het twaalftoonssysteem.

9. De St.-Jozefparochie bestaat sinds 19 april 2006 niet meer. In 2000 verkreeg de Russisch-orthodoxe gemeenschap in Antwerpen met instemming van het bisdom Antwerpen, de toelating van de kerkfabriek van Sint-Jozef om in beperkte mate gebruik te maken van de monumentale Sint-Jozefkerk. De gebruiksovereenkomst werd in 2007 ondertekend. (Provincieraad van Antwerpen, verslag van de deputatie

... het vervolg van dit artikel kan gelezen worden in het tijdschrift.