Surfen naar een Duits boek

 

Toevalduits1

Surfen op het internet kan soms verrassende resultaten opleveren. Dikwijls speelt serendipiteit (iets vinden waar je niet naar zoekt) daarin een primordiale rol. Surfen houdt dan eigenlijk in dat je – hoewel ernstig van plan iets specifieks te zoeken – niet altijd terecht komt waar je zijn wil, maar door andere onderwerpen zodanig in de ban raakt en afgeleid wordt, dat je iets vindt waaraan je niet had gedacht, je het toch boeiend vindt en dan maar verder daarmee bezig blijft. Hetgeen je dan eigenlijk wou zoeken ben je ondertussen vergeten... En dan ontdek je plots een Duits boekje uit 1845 dat integraal op Google te lezen is. “Deutsche Märchen und Sagengesammelt und mit Anmerkungen begleitet, herausgegeben von Johannes Wilhelm Wolf" (“Duitse sprookjes en sagen” verzameld en van opmerkingen voorzien, door Johannes Wilhelm Wolf), uitgegeven in 1845 bij Brockhaus te Leipzig. Hoe komt men daar nu terecht? Zoals ik hiervoor probeerde uit te leggen: door “Nukerke” in te tikken...

Johannes Wilhelm Wolf

Deze Duitse auteur (met als pseudoniem Johannes Laicus) werd geboren in Keulen op 3 april 1817 en overleed in Hofheim aan de Taunus op 28 juni 1855. Hij was een echte “germanist” en als volkskundige een fervent verzamelaar van sagen, volkse vertellingen en sprookjes. Hij groeide op in een streng katholiek milieu, was aanvankelijk werkzaam in de zakenwereld, maar kwam terecht in Brussel waar hij zich met de studie en het verzamelen van volkse Vlaamse overleveringen bezighield. Via Gent ging hij later terug naar Keulen. In 1846 huwde hij met Marie von Ploennies. Een jaar later verhuisde het echtpaar naar Darmstadt. Samen met zijn schoonbroer, luitenant Wilhelm von Ploennies verzamelde hij, tijdens verkenningstochten in het Odenwald en door het voeren van gesprekken met de soldaten van diens compagnie, het materiaal voor zijn sprookjes- en sagenverzameling.

Over hem wil ik nog een kleine kanttekening maken: hij was als overtuigd germanist ook lid van “De Broederhand”, een literaire beweging met gelijknamig tijdschrift, dat vooral de Germaanse letterkunde propageerde. Een van de gebundelde teksten van dit tijdschrift gaf Wolf uit in Brussel in 1845 (zie hiernaast). Het zou hierbij absoluut niet verwonderlijk zijn mocht onze eigenste Omer Wattez deze beweging hebben gekend, en er zelfs door beïnvloed zijn geweest. Ik verwijs hierbij naar zijn pamflet L'âme belge et le peuple flamand”, dat hij schreef onder het pseudoniem Louis Germain, dat ik vertaalde en dat Businarias uitgaf in juli 2007. Wie over deze beweging meer wenst te weten... surfen!
Naast bovenstaand boek verschenen van hem nog een tiental bundels met allerlei sagen, vertellingen, sprookjes en mythen, ook uit Nederland en Vlaanderen. En nu beginnen we er te komen...

Inleiding

In zijn inleidend voorwoord vertelt hij: ”... ik beperk mij niet tot Duitsland, maar nam er ook de Nederlanden bij, waarbij vooral Vlaanderen, waar ik woonde, een rijke buit opleverde...” Noteer dat hij, zoals alle overtuigde toenmalige germanisten, het nog jonge vooral Franstalige en verfransende België (zie L'âme belge...) geen warm hart toe droeg, en Vlaanderen associeerde met Nederland als “de Nederlanden”.

duits3

Verhaal 439

Ik geef toe dat ik het boek niet heb gelezen, maar dank zij de surftechniek belandde ik bij verhaal 439: “Die Ritterkehr zu Nukerke”... En dat blijkt dan ons Maarkedalse Nukerke te zijn. Vandaar dit hele verhaal in Businarias. (Noteer dat dit verhaal mondeling is doorgegeven aan Johannes Wilhelm Wolf).
Het zal wellicht gemakkelijker lezen als we deze tekst in gotische letters omzetten in moderne letters, en daarna de vertaling geven.

Die Ritterkehr zu Nukerke
Mündlich

Bei Nukerke, ganz nahe bei dem Musikberge, ist ein Knock oder Kreuzweg,
der heisst die Ritterkehr. Unfern von da standen ehedem die Schlösser dreier
Gebrüder, welche Ritter waren; wenn diese Ritter sich zu Haus befanden, dann
besuchten sie einander jeden Tag und gingen beim Abschiede zusammen bis
an den Kreuzweg; da trennten sie sich und davon heisst der Ort die Ritterkehr.
Später sind sie einmal in ferne Lande zum Kriege gezogen und keiner von ihnen
kam mehr zurück.
In dem Musikberge hat man eine Menge von Urnen und andern Sachen
gefunden.

  

De Ridderkeer(*) te Nukerke
Mondeling

Te Nukerke, in de omgeving van de Muziekberg, is er een bocht of een kruispunt
die men de Ridderkeer noemt. Niet ver daar vandaan stonden de kastelen van die
broeders, welke ridder waren; als deze ridders thuis waren, bezochten ze elkaar
elke dag en namen afscheid aan dit kruispunt; daar gingen ze uit elkaar en daardoor
heet deze plek de Ridderkeer. Later zijn ze ooit naar een ver land ten oorlog
getrokken en geen van hen keerde nog terug.
In de Muziekberg heeft men nog tal van urnen en andere zaken gevonden.

Dat dit geen hoogstaande literatuur is wil ik grif toegeven, maar als anekdotisch verhaal zoals hier ingekaderd mocht ik dit niet laten liggen.

 

* Keer = bocht. In vele oud-vlaamse plaatsnamen komt het woord "keer" voor in de betekenis van "bocht",
bijvoorbeeld: Kortekeer in Nukerke.