O.L.Vrouw Hemelvaartkerk

In documenten opgemaakt in 1116 komt Nukerke als Nova Ecclesia voor het eerst voor. Tot 1570 behoorde Nukerke tot het bisdom Kamerijk (Cambrai), daarna tot het Aartsbisdom Mechelen en nu tot het bisdom Gent. Uit het visitatieverslag van het bezoek van aartsbisschop Thomas Philippus d'Alsace-Boussut aan Nukerke op 23 juli 1717 weten we dat er toen reeds drie altaren waren. De huidige kerk dateert van omstreeks 1775. De altaarwijding had plaats op 18 juni 1777.

De bouwstijl van het hoogaltaar is van neo-barokke aard. Boven het altaar hangt een schilderij dat de Hemelvaart van Christus voorstelt. Het fronton geeft een voorstelling van God de Vader met kruisdragende wereldbol en duif (symbool van de H Geest). Het eikenhouten tabernakel is van 1711. Op de deur staat een hostiedragende kelk. De tafel is versierd met het Lam van de Apocalypsis. De altaarsteen is een zware gekapte arduinen steen met daarin de inscriptie "Nukerke le 18de junii 1777".

Het eiken koorgestoelte (langs de noordzijde) dateert uit de 19de eeuw en het bevat prachtige rugpanelen met muziektrofeeën en symbolen van de pauselijke macht zoals viool, klarinet, blokfluit, bazuin, trommels, hoorn, boek, kruis, weegschaal, zwaard, tiara en scepter.

Midden in de kerk staat de preekstoel met op de kuip de panelen met de voorstelling van de vier Evangelisten. Onder de kuip een beeld van Mozes met de stenen tafelen. Twee biechtstoelen met in het fronton van de ene enkele symbolen van de pauselijke macht (tiara en sleutels) en in het ander fronton een hostiedragende kelk en druiventros, bekroond met de Driehoek met het Oog Gods in een stralenkrans. De doopvont (18de eeuw) in marmer met een koperen deksel met daarop de slang van de bekoring, staat vooraan in de kerk. Achteraan staat het orgel van rond 1850 waarvan de klankkast versierd is met muziektrofeeën. Aan de muren hangen twee schilderijen : de H. Familie (17de eeuw) en een Piëta met een voorstelling van O.L.Vrouw van Smarten met zeven zwaarden doorboord (18de eeuw).

Zestien glasramen dateren van rond 1900 en stellen de patroonheiligen voor van de schenkers of weldoeners of deze van diverse broederschappen. De twee glasramen achteraan werden in 1957 geplaatst: in de doopkapel is het doopsel van Christus voorgesteld en in de rouwkapel de verheerlijking van Christus. Op 20 juni 1873 werd het Broederschap van het H. Hart ingesteld en op 6 juni 1875 het Broederschap van de H. Franciscus Xaverius (Xaverianen).

 

Boven het zijaltaar (noordzijde) bevindt zich een fronton met een Mariamonogram omgeven door engelkoppen in een stralenkrans en bekroond met hoornen van overvloed en een kruis (18de eeuw). Het schilderij (ca 1770) stelt de Hemelvaart van Maria voor. Op het altaar staat het beeld van O.L.Vrouw Onbevlekte Ontvangenis op een maansikkel die de slang vertrapt.

Het rechtse zijaltaar (zuidzijde) is gewijd aan de H. Antonius-abt, beschermheilige van de parochie. Het schilderij stelt de bekoring van de H. Antonius voor en bovenaan bevindt zich ook hier een fronton met het monogram van de heilige in een stralenkrans. Het gepolychromeerd houten beeld op het altaar stelt de H. Antonius-abt voor en is 108 cm hoog.