Historiek

 

In 1820 werd de gemeente Kerkem bij Maarke gevoegd. Maarke, een zeer oud dorp, werd in de 11de eeuw Marka genoemd. Het dorp ligt "vredig en eenvoudig, genesteld langs de lommerrijke oevers van de Maarkebeek, geborgen in een diepe plooi van onze Vlaamse Ardennen". We vinden de Latijnse naam Marca voor het eerst vermeld in 864 : "villa qui dicitur Marca". Marca betekent grens of grensplaats. Andere schrijvers beweren dat Marca ontstaan zou zijn uit het Germaans marco wat "de moerassige" zou betekenen.

Bestond er reeds een Keltische nederzetting? Tal van voorwerpen in silex, evenals een dolmen bevestigen menselijke aanwezigheid in de prehistorie. In de Romeinse tijd was de streek zeker bewoond. De Romeinse heerweg die Oudenaarde met Ath verbond, liep doorheen Maarke langs de Eikenberg, Ellestraat, Bossenare en verder langs Kerkem en Koekamer in Schorisse.

De heerlijkheid Maarke vormde met de heerlijkheid Ter Borcht een vierschaar die administratief en juridisch bestuurd werd door een baljuw en een schepenbank. Beide heerlijkheden zijn lenen van "het land van Marke en Ronne". Kerkem zou dan lange tijd met Etikhove één heerlijkheid gevormd hebben (tot 1585?) Het patronaatsrecht over de parochiekerk van Maarke werd uitgeoefend door de abdij Sint-Lambrecht van Liessies in Frankrijk en het Sint-Hermeskapittel te Ronse oefende dit recht uit voor de kerk van Sint-Pieter van Kerkem.

 
De beschrijving van het wapenschild komt voor in het Koninklijk Besluit van 8 september 1930:

"van lazuur met een hoorn van overvloed paalsgewijs geplaatst, de start omhoog, vergezeld in het schildhoofd van een ster met zes straelen en rechte van een gaande leeuw naar links gewend, de linkerpoot op de hoorn rustende en links van een gaande hond, de rechterpoot eveneens op de hoorn rustend, het geheel van goud, hetgeen Kerckem is: het schild geplaatst voor een heilige Eligius houdende rechts een gekroonde hamer en links een bisschopsstaf, het geheel van goud."