Korte Historiek

 

Etikhove kwam voor het eerst rond 1116 in een document voor en had de naam Atingohoua (Germaans voor hoeve van de lieden van Atto). De streek was reeds vroeger bewoond wat blijkt uit de prehistorische voorwerpen en overblijfsels van Gallo-Romeinse en Merovingische oorsprong die er gevonden werden. Een vertakking van de heirbaan Tongeren- Bavai, de Aatse heerweg, doorkruist de gemeente.


 

De Middeleuwse geschiedenis is vrij ingewikkeld. De heerlijkheid Etikhove hing af van de baronie "Het land tussen Marke en Ronne" maar de meer belangrijke heerlijkheid Ladeuze was afhankelijk van het Henegouwse "terre et seigneurie d'Arbre en Attre", en uiteindelijk van het grafelijk leenhof van Bergen. Feodale heren die als familienaam «van Etikhove» droegen kent men niet. De juridische toestand werd nog ingewikkelder toen Philip de Locquenghien, heer van o. a. Etikhove, op 23 december 1589 de heerlijkheid Etikhove verkocht aan Frans de Ladeuze. De heren van Ladeuze waren Vlaamstalig wat blijkt uit het door Jan II van Ladeuze bijgehouden dagboek. Na het overlijden in 1669 van zijn oom Geraert de Ladeuze erft Joos de Kerckhove (gehuwd op 15 april 1671 met Marie Jeanne della Faille), de oudste zoon uit het huwelijk van Jacqueline De Ladeuze met J.-B vande Kerckhove, de heerlijkheid Ladeuze. De familie de Kerckhove blijft in het bezit van deze heerlijkheid tot het einde van het Ancien Regime. In de parochiekerk, gewijd aan Sint-Britius, hangt nog het prachtige epitaaf van Geraert de Ladeuze.

Het patronaatsrecht werd uitgeoefend door de abdij van Liessies (Noord-Frankrijk), samen met de pastoor en de abdij van Maagdendale te Oudenaarde. De opbrengst van de tienden werd als volgt verdeeld:

3/9 voor de wereldlijke heer
3/9 voor de abdij van Maagdendale
2/9 voor de abdij van Liessies
1/9 voor de pastoor van Etikhove

Etikhove maakte, samen met Nukerke, Mater, Sint-Maria-Horebeke, Wijlegem, Ronse en Oudenaarde, deel uit van een protestantse gemeenschap "de Vlaamse Olijfberg". De overgrote meerderheid van de bevolking bleef de katholieke kerk trouw. De kleine protestantse gemeenschap kon zich niet handhaven.