Elisabeth De Saedeleer

Elisabeth De Saedeleer is de tweede dochter van Valerius en werd geboren te Sint-Martens Latem op 2 augustus 1902.
Samen met de familie van George Minne en Gustave Van de Woestyne ontvluchtte de familie De Saedeleer het oorlogsgeweld in Vlaanderen in 1914. Op vraag van de Welse kunstmecenasfamilie Davies vestigden de De Saedeleers zich in Midden-Wales, in het dorpje Cwmystwyth nabij Aberystwyth.

In feite waren deze Belgische kunstenaars met hun familie (in totaal 91 personen) opgezocht in september 1914 door Thomas Jones, in opdracht van David Davies, met de bedoeling niet enkel een aanmoediging en financiële steun te bieden aan de Belgische artiesten, maar ook om als soort van wederdienst bij te dragen tot een culturele vernieuwing in Wales, een streven van de familie Davies. Aldus konden Belgische artiesten niet enkel hun werk verder zetten, maar ook hun eigen specifiek talent tonen aan de Welse bevolking.

 

De toen nog jonge kinderen van De Saedeleer dienden wel school te lopen. Via de dochter van William Morris, bezieler van de Engelse Arts en Crafts Movement (Kunst- en Kunstambachtenbeweging), konden de oudste dochters een opleiding volgen in de handweefkunst bij gerenommeerde wevers uit de streek. Naast haar zussen Marie-Josepha en Monica bleek vooral Elisabeth De Saedeleer zeer begaafd. Na zekere tijd kregen zij allerlei opdrachten, en bouwden zij een zekere reputatie op, terwijl vader Valerius, naast zijn schilderkunst, ook de zakelijke zijde van het weven op zich nam.
Door omstandigheden is de familie niet in Wales gebleven, maar keerden zij naar Vlaanderen terug om zich in 1921 te Etikhove te vestigen.

Begin 1925 gingen de gebroeders Luc en Paul Haesaerts, neergestreken in “Auberge De Vos” op het dorpsplein, zich associëren met de gezusters De Saedeleer onder de naam “Société de Tapis d’Art De Saedeleer et Co”, ook wel “Studio De Saedeleer” genoemd.
De uitbreiding van het atelier halverwege tussen het dorpsplein en de villa Tynlon werd op 12 september 1926 gevierd met een groot feest op het dorpsplein te Etikhove.
Vanaf 1927 gaat Elisabeth De Saedeleer op vraag van directeur en architect Henry Van de Velde de leiding op zich nemen van de Textielkunst-afdeling aan het “Hoger Instituut voor Sierkunsten” te Brussel.
Wanneer de gebroeders Haesaerts in 1929 ook naar Brussel verhuizen, viel het atelier te Etikhove stil. Enkele thuiswevers, waaronder Lea Baert, werkten nog in opdracht van Elisabeth.
In 1946 werd een woning met groot atelier gebouwd te Ukkel. De weefkunst floreerde en tot 1965 zullen daar weefopleidingen worden gegeven. De vele weefgetouwen welke nodig waren - de leerlingen wensten ook meestal na hun opleiding een eigen weefgetouw - werden alle gemaakt te Etikhove in de schrijnwerkerij Van Nieuwenhuyze.
Op 23 mei 1970 werd in de omgeving van de Villa Tynlon het “Centrum voor Kunst-  en Kunstambachten Valerius De Saedeleer” geopend. Hier zal Elisabeth samen met Lea Baert ook nog opleidingen geven in de tapijtweefkunst tot aan haar dood in 1972.
Talrijke kunstenaars hebben ontwerpen gemaakt voor de tapijten van Elisabeth De Saedeleer en haar medewerkers: Gustave Van de Woestijne, Albert Van Huffel, Jules Boulez, Jozef Peeters, Paul Haesaerts, Edgard Tytgat, Charles Leplae, Ossip Zadkine, Marc Chagall, Frans Masereel, Sonia Delaunoy, Tsugouhari Foujita, Leon Spillaert, nog vele andere en uiteraard vader Valerius en Elisabeth zelf.